Methodiek

Sosa-Stradonitz: de nummering die elke genealoog leest

De internationale standaard voor het nummeren van directe voorouders, met de rekenregels, de generatieformule, kwartierherhaling en wat er in GEDCOM mee gebeurt.

Wie een kwartierstaat opstelt, komt er niet omheen: elke voorouder krijgt een nummer. Niet omdat het mooi staat, maar omdat het de enige manier is om zonder misverstand naar iemand te verwijzen. "De grootvader van moederskant" is dubbelzinnig zodra er twee takken in het spel zijn. Sosa 6 is dat nooit.

Wat Sosa-Stradonitz is

De nummering wordt toegeschreven aan Jerónimo de Sosa (1676) en werd in 1896 door Stephan Kekulé von Stradonitz op grote schaal in de praktijk gebracht, vandaar de dubbele naam, en in Duitstalige literatuur ook wel Kekulé-nummering. Ze beschrijft uitsluitend directe voorouders: ouders, grootouders, overgrootouders, tot zover je komt. Broers, zussen, ooms en tantes vallen er buiten.

Dat is geen tekortkoming maar het ontwerp. Een kwartierstaat beantwoordt één vraag: van wie stam ik af? Wie ook zijtakken wil vastleggen gebruikt daarnaast een parenteel of een genealogie, andere vraag, ander schema.

De twee regels

Het hele systeem past in twee regels:

De proband (het uitgangspunt) krijgt nummer 1.
De vader van persoon N krijgt nummer 2N.
De moeder van persoon N krijgt nummer 2N + 1.
Meer is het niet. Alle eigenschappen hieronder volgen hieruit.

Uitgeschreven voor de eerste drie generaties:

SosaWieBerekening
1Probanduitgangspunt
2Vader2 × 1
3Moeder2 × 1 + 1
4Vaders vader2 × 2
5Vaders moeder2 × 2 + 1
6Moeders vader2 × 3
7Moeders moeder2 × 3 + 1
8 – 15Overgrootouderszelfde regel, één laag dieper

Twee gevolgen die je meteen kunt gebruiken. Elke man heeft een even nummer, elke vrouw een oneven nummer, met uitzondering van de proband, die nummer 1 heeft ongeacht geslacht. En een echtpaar staat altijd naast elkaar: 2N en 2N+1 horen bij elkaar. Zie je een oneven nummer zonder zijn even buurman, dan ontbreekt de partner in je bestand.

De generatie uitrekenen

Uit een Sosa-nummer volgt direct in welke generatie iemand zit, zonder te tellen:

generatie = afgerond naar beneden van log₂(sosa)
Sosa 1 → generatie 0 · Sosa 2 en 3 → generatie 1 · Sosa 4 t/m 7 → generatie 2 · Sosa 1024 t/m 2047 → generatie 10.

Praktischer nog: elke generatie begint bij een macht van twee. Generatie g loopt van 2g tot 2g+1 − 1 en telt 2g plaatsen. Bij tien generaties zijn dat 1.024 plaatsen in die ene ring, en 2.047 mensen in het hele schema.

Waarom het systeem werkt

Het nummer is geen etiket maar een route. Schrijf het binair op en lees de cijfers na de eerste van links naar rechts: 0 is vader, 1 is moeder.

Sosa 11  =  1 0 1 1  (binair)
             │ │ │ └─ moeder
             │ │ └─── vader
             │ └───── moeder
             └─────── proband

Sosa 11 = de moeder van de vader van de moeder van de proband.
Elk pad door de stamboom heeft precies één nummer, en omgekeerd.

Daarom hoeft niemand een legenda mee te sturen bij een kwartierstaat. Een collega in Frankrijk of Duitsland leest hetzelfde nummer, rekent dezelfde route uit en komt bij dezelfde persoon uit.

Kwartierherhaling: één persoon, meer nummers

Trouwden er ergens in de lijn twee verwanten — neef en nicht, of verder uit elkaar — dan verschijnt dezelfde persoon op meer dan één plaats in het schema. Dat heet kwartierherhaling, internationaal implex, en het is geen fout: het is een bevinding. In gesloten gemeenschappen is het eerder regel dan uitzondering.

Let op het verschil met kwartierverlies. Dat is een andere zaak: daarbij is een voorouder niet opspoorbaar, bijvoorbeeld bij een geboorte waarvan geen vader is geregistreerd. De termen worden vaak verwisseld, mede doordat het Duitse Ahnenverlust juist wél op herhaling slaat.

Het nummeringssysteem breekt er niet op. Elke plaats houdt zijn eigen nummer; één persoon draagt er dan meerdere. Wat wél verandert is het aantal verschillende voorouders: op papier heeft generatie 10 er 1.024, in werkelijkheid vaak veel minder.

Een kwartierstaat waarin een naam twee keer voorkomt, is meestal geen slordigheid. Controleer eerst of het klopt, en noteer het dan als vondst.

In Pecktree wordt zo'n dubbele plaats gemarkeerd met een ✦ en een verwijzing naar de andere kwartieren waar dezelfde persoon staat, zodat je met één klik heen en weer springt.

Sosa en GEDCOM

Een misverstand dat veel tijd kost: GEDCOM 5.5.1 kent geen standaard-tag voor het Sosa-nummer. Het nummer is geen eigenschap van een persoon maar van zijn plaats ten opzichte van één bepaalde proband. Kies je een andere proband, dan veranderen alle nummers, de mensen niet.

Programma's die het nummer tóch exporteren, doen dat in een eigen tag (vaak _SOSA). Zo'n eigen tag overleeft de overstap naar een ander programma zelden. De veilige aanname: het nummer wordt bij import opnieuw berekend zodra de proband bekend is. Dat is ook precies wat er moet gebeuren.

Praktisch gevolg: kies bij een import bewust wie de proband is. Dat is de enige keuze die de hele nummering bepaalt.

Vijf valkuilen

  • Zijtakken meenummeren. Een broer van je grootvader hoort niet in de kwartierstaat. Hij krijgt geen Sosa-nummer, hij is geen directe voorouder.
  • Gaten opvullen. Is Sosa 12 onbekend, dan blijft 12 leeg. Nummer niet door: het nummer hóórt bij die plaats, niet bij de volgorde van invoeren.
  • Aangetrouwde partners nummeren. De echtgenoot van je overgrootmoeder is alleen genummerd als hij ook je voorouder is. Een tweede huwelijk zonder afstamming valt buiten het schema.
  • Stiefouders en adoptie als bloedlijn behandelen. De kwartierstaat volgt de afstamming. Een adoptiefouder hoort in je bestand thuis en verdient een eigen relatietype, maar niet het Sosa-nummer van de biologische ouder.
  • Het nummer als identiteit gebruiken. Verwijs in aantekeningen naar de persoon, niet naar "nummer 23". Verandert de proband, dan klopt je aantekening niet meer.

Hoe Pecktree het doet

Pecktree berekent het Sosa-nummer uit de relaties, niet uit een veld dat je zelf bijhoudt. Wijs je een andere proband aan, dan schuift de hele nummering mee, in de stamboom, in de waaier en in elk rapport dat je exporteert. Het nummer staat als gouden label rechtsboven op elke kaart, en is per weergave uit te zetten.

Wil je zien hoe dat er in de praktijk uitziet? Bekijk de functies of begin met je eigen stamboom.

Begin vandaag

Zelf aan de slag met je eigen stamboom.

14 dagen Pro, geen creditcard. Valt daarna terug op Free.

Start gratis → Bekijk de functies